Crash. Boem. Bots. Patat.

Als een snelle kat springt hij uit de auto en haast zich naar de koffer om zijn oversized voetbalzak aan te nemen. Erik hangt de zak om zijn schouder heen, waarna mijn kleine vriend over de parking schuifelt met zijn voetbalzak langs zich heen. De bodem raakt de klinkers net niet, de bovenkant zit halverwege zijn tengere romp. Roas moet zich schuin houden om niet omver te vallen. En toch wil hij koste wat het kost zijn zak zelf dragen. Ik ben wel al een grote jongen, hé! Ja lieve schat, maar die sporttas is nóg groter…

Mama, waarom moet ik die lange mouwen onderaan doen?
Mama, waarom is dat truitje groen?
Mama, wie gaat er vandaag in de goal staan?
Mama, …

Omkleden, altijd weer een uitdaging. Thuis kan hij het zo goed. Zelf zijn T-shirt aan, zelf zijn broek aan, zelf zijn trui aan. Eenmaal aangekomen in de kleedkamer, lijkt het wel of heel die zelfstandige routine volledig van hem afvalt. Andere mama’s en papa’s kleden hun 5-jarige voetballer ook om, dus wil hij natuurlijk ook dat mama dit voor hem doet. Ik moet hem pushen om toch zelf zijn thermobroek en thermoshirt aan te doen. En dan geef ik het op. Aan dit tempo, geraakt hij misschien tegen morgen aangekleed. Ik laat hem in zijn shortje stappen en trek het tot op zijn heupen. Zijn truitje wil hij zelf weer aandoen. En dan komen we aan de allergrootste uitdaging. Iedere week opnieuw. Voetbalschoenen aandoen… Het lijkt wel of deze schoenen worden zodanig gemaakt om nooit te kunnen passen. De nestels zo los mogelijk getrokken, de opening met beide handen helemaal open gezet, perst hij zijn voetje erin. Ik wring mijn duim tussen zijn hiel en de achterkant van zijn schoen en hij duwt zijn voetje nog verder naar voor. Jawel! Schoenen aan.

Enthousiast rent hij het grote, groene veld op, zijn bal aan de voet mee. De jongens warmen op door de breedte van hun veldje op en neer te lopen. Pasjes geven naar mekaar en de bal in doel krijgen, voorbij hun keeper. Een 5-jarige ploeg zou geen 5-jarige ploeg zijn als er ook wordt gespeeld tussen het opwarmen door. Lachen, tikkertje, beetje gek doen. En dan gebeurt het onvermijdelijke. Liam komt met zijn hoofd loeihard omhoog. Roas staat voorovergebogen met zijn gezicht naar Liam te kijken.

Crash. Boem. Bots. Patat.

19 11 2018

Tranen in overvloed, even krijsen om dan over te gaan in een aanhoudend gejammer. Zijn handje over zijn pijnlijke oog heen komt hij snel naar me toe gelopen. Erik onderschept hem halfweg het veld en neemt hem in zijn armen en kijkt naar de getroffen kaak. Hij pakt hem op en brengt hem snel naar me toe. Dat is een blauw oog. Leg er maar snel iets koud op. Ik neem hem in mijn armen en meteen legt hij zijn hoofdje op mijn schouder. De arme duts. Ik ben tegen Liam gebotst. En die heeft een hoofd zo hard als steen. Een bekertje ijs in een handdoek gewikkeld tegen zijn pijnlijke kaak, hopende dat we zo de zwelling kunnen tegengaan.

Gelukkig was de pijn van korte duur en het plezier al snel terug. Een aandenken aan de botsing mag hij nog een paar dagen met zich meedragen. Gisteren was het nog rood met een blauwe ondertoon, vandaag zet zijn bovenkaak al meer naar het blauwe aan. De komende dagen verwacht ik nog geel en groen te mogen zien. Gelukkig was het dit keer ‘maar’ een blauwe plek.

Lenna ..xXx..