Blue Monday

Blue month.

Blue Year.

Een lange weg ligt voor me. Ik weet dat het een weg zal zijn met ups en downs. Een weg die zich doorheen een dal zal kronkelen om weer een bergje te beklimmen om nadien weer in een dal terecht te komen. Het enige wat ik hopen kan, is dat de weg eindigt op een mooie plaats, waar de zon schijnt en waar bloemen, liefst tulpen, schitterend langs de kant van het grasveld staan.

Buiten kraakt de winter zich een weg over het gras en tussen de takken. Ik voel de koude tot binnen doortrekken. Toch gaat het vandaag goed. De zon schijnt, net als er een klein zonnetje diep in mezelf oplicht.

winter-2019

Winter 2019

Het scherm van mijn laptop licht op, mijn agenda staart me akelig leeg aan. Witte vakjes zonder enige inhoud. Helemaal niet wat ik van mijn agenda gewoon ben. Ik zucht diep en probeer mijn focus te houden.

Je gaat beginnen met een minimale agenda. Je gaat telkens starten met alle dagen op hetzelfde uur op te staan. Je plant iedere maaltijd in, en ook wat je gaat eten. En dan plan je werk in. Een half uurtje, tot maximaal drie kwartier ga je aan iets werken. Schrijf wat, doe je huishouden. Nadien plan je rust in. Eén tot maximum twee uren rust. Die plan je in. Lees wat, kijk tv, slaap een beetje. Zo ga je nu starten je agenda in te plannen. Zoek en vindt je rust, en zo ja ook je energie weer terug vinden.

winter-2019

Winter 2019

Ik overloop de woorden van mijn psychologe tientallen keren in mijn hoofd. Hoe moeilijk kan het zijn? Weer kijk ik naar die lege agenda… Blijkbaar toch moeilijker dan ik verwacht had. Zelfs een rustige agenda inplannen lijkt me een berg te hoog. En toch, ik begin eraan. Hier en daar wat schrijven voor mijn blog, of een nieuwe roman beginnen. Een beetje social media voor mijn ventje of voor onze voetbalclub. Een beetje bijleren door eindelijk eens die boeken en cursussen open te leggen. Het huishouden in stukjes en brokjes erbij tussen gegoten. Werk. Een wandelingetje maken. Een nieuwe tv-serie volgen. Een goede film opzoeken in Netflix. Mijn 49 nog-te-lezen boeken eens één voor één verslinden. Rust.

Ik ga ervoor. Helemaal. Op mijn rustige zelve. Stap voor stap. Ik ga ervoor. Ik kom er wel.

Lenna ..xXx..

Wat ik je zeggen wil.

Moe en doelloos staar ik voor me uit. De regen klatert luid en duidelijk aanwezig tegen de ramen aan. De wereld voelt zich net als ik. Droevig. Eenzaam. Huilen om alles rondom ons heen. Dikke natte tranen die langs de ramen hun weg naar beneden zoeken, koude natte tranen die hun spoor op mijn wangen nalaten.

Ik voel het kleine kind in me. Nietig klein. Vernederd door alles wat haar gezegd wordt. ‘Je moet je mond houden. Jouw mening telt niet. We willen het niet horen. Wie ben jij? Wat beteken jij? Ga naar je kamer en zwijg. Nee, jij mag niet met ons meedoen. Je hoort er gewoon niet bij.’

Eenzaam en verdrietig verstopt dat kleine meisje zich in een donker hoekje, ver weg van alles en iedereen. Het verdriet weggemoffeld in het achterste van de herinneringen. De kritiek verstopt onder een dikke, stoere huid. Nee, niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe verdrietig ik ben.

wat ik je zeggen wil

Moe en doelloos staar ik voor me uit. Wat heeft het me gebracht? Altijd maar sterk zijn. Altijd maar iedere tegenslag weer overwinnen. Nooit mijn tranen laten zien. Mijn zwakte verbergen door een grote, stoere mond op te zetten. Waar sta ik nu, door altijd te laten zien dat ik sterker ben, of slimmer, of luider, harder…

Wat ik je zeggen willen? Jij kleine meid. Verstop je niet. Laat je zien. Laat zien wie je bent. Laat weten wat je raakt. Wees jezelf. Verman je niet om sterker te zijn. Je bent wie je bent en je tranen maken je ook sterk. Verstop je niet langer voor anderen. Laat je tranen zien, laat ze lopen. Laat je lach ook oprecht schitteren. Kleine meid, je bent goed zoals je bent.

Ik wil niet meer. Dit niet meer. Ik zoek rust in dit alles. Gewoon een einde aan de eeuwige strijd. Het gevoel me steeds weer te moeten bewijzen. Een stop. Dit wil ik niet meer. Kan ik mezelf veranderen? Kan ik kwetsbaar zijn?

Lenna ..xXx..

Laat het los

Het is je tijd niet waard.

Laat het los.

Denk er niet teveel aan.
Probeer je te focussen op alle goede dingen.

Laat het los.

Laat het verleden je niet inhalen.
Wat gebeurt is is gebeurt.
Je  kan het niet meer veranderen.

Laat het los.

Kijk naar je toekomst.
Begin bij vandaag.
Alleen nu telt.
Blijf positief.

Laat het los.

Alleen, ik kan het niet.
Ik zie niet hoe je dat doet.
Letterlijk de last van je schouders loslaten.
Ik heb niet de verbeelding.

Laat het los.

Hoe laat je een knagend verleden rusten.
Hoe negeer je iemand die je kraakt.
Hoe stop je met vechten.

Laat het los.

Het maalt constant door mijn hoofd.
Het laat me net niet los.

Laat het los.

Hoe?

Lenna ..xXx..

Diep, zwart gat

Ik staar doelloos voor me uit. Steeds vaker. De gedachten die door mijn hoofd spoken, zijn drukker dan wat ik zelfs gewoon ben. Gedachten die rondspinnen van het ene diepe dal naar het andere diepe dal. De put die ik voor mezelf graag, wordt alleen maar dieper, en dieper, en dieper. Als ik naar boven kijk, heb ik het gevoel dat ik de rand van de punt niet meer zie. Zo diep.

Ik denk terug naar dinsdag 11 december 2018. De race in de auto. Hopende dat ik in een ongeval zou terecht komen. Gewoon. Je weet wel. Kei hard tegen een boom aan knallen of de bocht uit vliegen en op mijn dak in de gracht terecht komen. Dan zou het tenminste een ongeval zijn. Dan zou ik mijn kinderen niet met lege handen achter laten op deze verziekte, achterlijke ronde bol. Dan zou mijn levensverzekering hen tenminste nog een toekomst kunnen bieden. Meer dan wat ik hen nu te bieden heb.

Ik ben best ergens trots dat ik het hem kon zeggen. Dat ik kon vertellen wat er door mijn hoofd ging, wat ik wilde doen. Met mijn stomme kop een einde maken aan mijn miserabele leven. Een immens groot taboe. Iets wat op bitter weinig begrip kan rekenen. En toch wil ik er vandaag voor uitkomen.

Ik wil leven. Alleen niet zoals het leven nu gaat!

Mijn gedachten voeren me dagelijks aan aantal maanden terug in de tijd. Mijn fulltime job waar zeker niets alles loopt zoals het hoort te lopen. De stress die daarmee gepaard gaat. De aanzet van het balletje dat maar blijft doorrollen. Collega’s die, in mijn ogen dan, beslissingen nemen die niet altijd de beste toekomst van het bedrijf zullen zijn. Andere collega’s die overlopen van opgekropte frustratie en deze dagdagelijks aan mijn adres komen uiten. Want ik ben het luisterend oor. De ‘klaagmuur’ van de firma. Wanneer ik ’s avonds de bedrijfsdeur achter mijn gat toetrek, neem ik het allemaal met me mee.

Oktober begon zwaar. Ik denk nog steeds aan die ene avond dat mijn plusdochter besloot dat ze naar mij niet moet luisteren en dan maar vertrok. De pijn. De hartverscheurende pijn die zelfs ik voelde. Ik voel me nog steeds een bemoeizieke trut die zijn gezin in stukken kapot heeft gescheurd. Hoewel hij, en ook mijn psycholoog, zeggen dat dit niet zo is, voelt het toch zo. Het is mijn schuld dat er nu regels zijn voor zijn kinderen. Het is mijn schuld dat hij hen nu strikter probeert op te voeden. Het is mijn schuld dat hun ‘fun-papa’ er minder is dan vroeger. Het is mijn schuld.

Het is mijn schuld dat zijn ex hier aan de deur stond, met zoonlief aan haar ene zijde en haar American Stafford geflankeerd aan de andere kant. Haar woorden boren zich nog steeds door mijn ziel. De angst om mezelf te verspreken waardoor die hond een bedreiging zou voelen. Haar schelden dat zich stevig vastzet in mijn diepste, eigen, zijn. Ik ben tenslotte, ik herinner me haar woorden zo helder, een ‘omhooggevallen strontwijf’, een ‘franke trut’.

De put wordt dieper. Veel dieper.

Met ons huwelijk in het vooruitzicht, vond hij dat ik mijn papa nog eens een kans moest geven. Al 9 jaar heb ik hem niet meer gezien. Met reden. Mijn reden. Na lang aandringen schreef ik hem een brief. Vier pagina’s, voor en achter. Vol. Mijn gevoelens voor en over hem. Over ons verleden. Mijn kinderjaren, mijn jeugdjaren. Hoe ik hem steeds meer zag wegzakken in zijn depressie. En hoe ik teveel van hem hou, hij is mijn papa, dat ik het niet kan aanzien wat hij zichzelf aandoet. We reden samen naar Antwerpen, maar hij zou alleen naar binnen gaan. Hij zou alleen mijn brief gaan afgeven. Tot ik ook mee naar boven moest. Alweer een teleurstelling. Een wonde na 9 jaar weer opengereten. Het kon er wel weer even bij.

Dieper.

In december besloot ook mijn pluszoon dat het genoeg was geweest. Waar mijn plusdochter na 1 nacht weer terugkwam, blijft hij een hele week weg. Het schuldgevoel dikt aan. Ik tast in het duister naar wat ik nog goed kan doen. Alles wat ik probeer, loopt uit op een gigantische sisser. En steeds weer dat verwijt. Ik ben hun moeder niet. Dat weet ik. En dat probeer ik ook helemaal niet te zijn. Ik probeer hen gewoon op te vangen wanneer ze hier zijn. Ook hier, bij papa, een thuis te bieden. Ik probeer hen hier en daar iets bij te leren. Maar; ik ben hun moeder niet! De breuklijn die mijn hart in stukken verbrijzelt, loopt nog meer uiteen.

Dieper.

Diep zwart gat.png

Mama. Ze zette me op deze ziekelijke wereldbol. Ze verzorgde me en voedde op. Ze is ziek en beseft zelf nog niet half hoe ernstig het eigenlijk is. Ze is boos op haar dokter omdat ze even niet meer mag tennissen. Was het niet dat ze intussen tot twee keer toe werd binnengebracht op spoed met een hartritme van resp. 150 en 140 per minuut. Was het niet dat ze voorkamerfibratie heeft, een klein hartinfarct heeft gehad, bloedklonters heeft en een lekkende aortaklep heeft. Was het niet dat de medicatie niet aanslaat zoals het hoort aan te slaan.

Nog dieper. En heel erg donker.

Vrienden die blijkbaar dan toch geen vrienden lijken te zijn. Totaal misbegrepen en tienduizend vragen die door mijn hoofd spinnen. Een raadsel dat nooit opgelost zal worden. Geen idee waar het mis is gegaan. Het besef dat het in ieder geval niet recent is, dat waar het mis is gegaan. Niemand met wie ik gesproken heb, begrijpt de reacties over een vraag zo simpel als ‘ik wil dat hij een smoking draagt op ons huwelijk, want hij loopt in de suite.’ Als dat de enige reden is om zoveel op het spel te zetten, dan is dit al veel langer aan de gang. En wel langs alle kanten. Mensen veranderen, dat is me nu wel duidelijk. Ik zal wel veranderd zijn. En zij zijn ook veranderd. Alleen doet het me zo vreselijk veel pijn. Ondraaglijk veel pijn.

Ik zie de rand van de put niet meer. Zo diep.

Depressie. Het blijft een onderwerp dat velen vermijden. Het is voor mij de reden waarom ik al weken niets meer op mijn blog schreef. Het is de reden waarom ik het nu even van me af schrijf. Ik moet. Want ik moet doorgaan. Ik moet erdoor heen zien te komen. Ooit. Ik heb nog een lange weg te gaan. Met de juiste hulp, die ik gelukkig wel gezocht heb, zal ik die weg met vallen en opstaan bewandelen. Depressie is niets om je over te schamen. Ook al schaam ik me nu ook eindeloos. Ik schaam me, omdat ik zo zwak ben. Ik schaam me, omdat ik me door dit alles laat neerslaan. Ik schaam me, omdat ik hulp nodig heb.

Lenna ..xXx..